4 Snelle schrijftips

Van korte blog tot ellenlang rapport, elke tekst wordt snel beter als je deze vier snelle schrijftips in overweging neemt.

1. Maak je punt in de inleiding

Mensen willen zo snel mogelijk weten of jouw tekst interessant voor ze is. Daarom is het belangrijk om dit direct in de inleiding duidelijk te maken. Wat is het doel van je tekst, welk probleem lost het op, hoe kan de lezer er zijn voordeel mee doen, welke vraag ga je beantwoorden en/of wat is de kern van je verhaal? Bespreek (een van) deze dingen in je inleiding, zonder eerst te vertellen waarom je project gestart is, hoe je onderzoek in elkaar steekt of welke wegen je allemaal hebt moeten bewandelen om tot hier te komen.

2. Zorg voor consistentie

Niets is gekker dan om hij/zij, enkelvoud/meervoud, je/u/jullie en tegenwoordige/verleden tijd naast elkaar te gebruiken. Ook als lezers niet kunnen vertellen dat je dit doet, voelen ze dan wel dat er iets niet klopt. Welke vorm je ook kiest: houd dit je hele tekst lang vast. Dat leest een stuk prettiger. Ook in opsommingen is dit belangrijk. Zorg dat elk punt in de opsomming hetzelfde begint. Bijvoorbeeld met een opdracht (doe, schrijf, maak, lees, etc) of met een lidwoord (de, het, een).

3. Verwijder tekst die niet bijdraagt aan het doel

In je inleiding heb je verteld wat het punt van je tekst is. Zorg ervoor dat alle informatie die je in de rest van je tekst geeft, bijdraagt aan dit punt. Op die manier is het voor de lezer makkelijker om jouw verhaal te volgen. Hoe minder tekst, hoe sneller mensen deze zullen lezen (letterlijk en figuurlijk). Natuurlijk zijn er soms lange stukken tekst nodig om iets goed uit te leggen, maar dat is dan ook tekst die bijdraagt aan het doel.

4. Verwijder overbodige woorden

Beknopt schrijven komt een tekst ten goede. Dan wordt je lezer niet afgeleid door overbodige informatie. Veel teksten kunnen gemakkelijk ingekort worden door zogenaamde vulwoorden te verwijderen: dus, kortom, terwijl, uiteindelijk, namelijk, maar, toch, vaak, soms, regelmatig, meestal, uiteindelijk, eigenlijk, gewoon, heel, erg. En ook de lijdende vorm, met de hulpwerkwoorden 'kunnen, zijn, worden, zullen, moeten' maakt teksten onnodig langer.

Ja, ik wil betere teksten (en meer)